zaterdag 23 april 2011

Striptease - 5 april 2011

Ik heb vandaag meer onderbroeken gezien dan ooit te voren. Allerlei soorten kleurtjes, heel opvallend, er was geen ontwijken aan. En nee, ik bevond me niet in een lingeriewinkel, wel op school.
Het is een wederkerend fenomeen, het toezicht doen bij examens. Je moet je met iets bezighouden, ook al mag dat officieel niet, want anders word je al gillend gek. Ik heb al vanalles geprobeerd., maar vandaag kon ik er niet aan ontsnappen. Onderbroeken, boxers, afgezakte broeken... Op zich stoort het me niet, die mode om met de broek op half zeven rond te lopen. De mode ontstond toen ik zelf nog op de schoolbanken zat, al ging het toen vooral om oversize, waarbij het onderbroek occasioneel zichtbaar werd. Dat is nu anders. Waar je vroeger de string - mét vlindertje - van heel wat meisjes boven de low waist jeans zag piepen, gaat et nu vooral om jongens die hun broek laten zakken. En het gaat er zwaar strategisch aan toe.
Ze hebben drie dingen nodig: een laagzittende jeans, een riem en een flashy onderbroek, liefst met duidelijk zichtbare merchandising. Bjorn Börg, anyone? Vroeger waren die riemen trouwens uit den boze. Je zag bniks anders dan jongens die een godganse dag hun broek vast hielden omdat ze dreigde af te zakken. Nee, niet zomaar afzakken, maar los naar de enkels, zonder tussenstop bij de knieën. Onze huidige heren laten hun broek zakken tot nét op het rondste gedeelte van hun billen en klemmen de jeans daar vast met een ceintuur. Zedig genoeg om mee rond te lopen, want er valt geen spatje huid te bekennen, maar stoer genoeg om voldoende onderbroek te showen.
Nog steeds ontgaat me het nut. Want hoewel het misschien nog meevalt (ik zeg bewust niet 'mooi') als de jongens rechtstaan, wordt het pas echt beschamend wanneer ze gaan zitten. De broek glijdt dan onder de billen, en knal, voor je het goed en wel beseft heb je als toezichthoudende leerkracht zicht op een hele verzameling kleurrijk ingepakte konten. Bedekt, dat wel, maar verder wordt er weinig aan de verbeelding overgelaten. Twee ronden billen, strak verpakt, die brutaal uit die broek hangen.
Als ik les geef, sta ik overwegend vooraan, om tijdens een oefening die de leerlingen alleen moeten maken, af en toe eens kort te te lopen. Zo ontwijk ik de onderbroeken, meestal. Tijdens de examens loop je daarentegen constant te ijsberen, toezicht houden, heet dat, en dan kom je al wel eens iets tegen. Toegegeven, op die manier kan ik er wel mee om. Aangenaam is zo'n zicht niet, maar wat doe ik eraan?
Het wordt pas echt gevaarlijk als zo'n jongeheer met zijn gevaarlijk afhangende broek langs me heen loopt. Want nu kan ik me nog beheersen, maar ooit wordt die drang om die broek radicaal naar beneden te trekken te groot, en dan zullen de consequenties niet te overzien zijn...

donderdag 11 november 2010

Even voorstellen

Hallo lezers, 


Normaalgezien haat ik het om mezelf voor te stellen. Diegenen die dit zullen lezen, zullen me wel kennen. Voor die anderen, die misschien verdwalen en op deze blog terechtkomen, maak ik toch een uitzondering. Tenslotte moet ik er zelf ook een beetje inkomen, en kan ik er tegelijkertijd gebruik van maken om dit alles een beetje te kaderen. 


Ik ben een 24-jarige beginnende leerkracht uit de provincie Brabant, die, na het behalen van haar lerarendiploma, eindelijk aan de slag is. Ik was al eerder aan de slag, als leerkracht Nederlands in de 1ste graad. Dit schooljaar (nog tot en met Kerstmis) werk ik als leerkracht Engels in het 4de en 5de jaar ASO. En dit op een grote school, die haast uit zijn voegen barst, in een kleine landelijke gemeente. 


Leerkracht-zijn brengt heel veel met zich mee, en ik voelde al vaker de aandrang om daar iets van op te schrijven. Zijn het niet de lesvoorbereidingen, dan zijn het wel de leerlingen, dan niet de collega's die elke dag zo anders maken. Je intens inzetten voor de toekomst van jongeren is niet eenvoudig, maar ik kan me niks anders voorstellen. 


Ik ben zo vlotjes dit pad opgerold, dat ik moeilijk kan uitleggen hoe ik hier gekomen ben. Ik heb altijd al leerkracht willen worden. Genetisch bepaald, noemen we dat. Mijn beide ouders zijn leerkrachten. Mijn moeders ouders waren allebei leerkracht. Mijn betovergrootvader was hoofdonderwijzer. En dan spreek ik nog niet over de rits tantes en ooms, en nu ook al neven en nichten, die dezelfde weg bewandelen of opgaan. 
Als kind droomde ik er wel eens van om mijn droomjob te vinden. Zoals al die beroemdheden, die ooit een geweldige ervaring hadden meegemaakt en daaruit geleerd hadden hoe hun toekomst zou zijn. Ik las alles wat me onder ogen kwam, probeerde veel uit. Maar ik krijg geen 'aha-moment'. Ik bleef hopen, terwijl ik flink verder studeerde. Dat diploma zou toch nutteloos zijn als ik mijn roeping zou vinden. 


Ik heb geleerd dat ik geen roeping heb zoals ik verwacht had deze te vinden. Ik had geen 'aha-moment' nodig, want ze was er altijd al. Leerkracht zijn, het is inderdaad mijn roeping. Ik zag het al tijdens de opleiding, waar we systematisch mensen verloren waarvan ik dacht dat zij duizendmaal meer verstand hadden dan mezelf. Maar dat doet er allemaal niet toe. Jouw interactie met de leerlingen, je verlangen, je kracht om je daar, elke uur van de dag, opnieuw bloot te geven voor kinderen die je met argusogen bekijken. Het ís een roeping, en ik zou het niet anders willen. 


Jullie zullen wel merken dat een roeping niet samengaat met het vrolijk voor de klas staan. Er zullen meer dan genoeg dipmomenten zijn, maar ook verwondering, ergernis en respect. Ik had het niet verwacht, maar als leerkracht breng je meer bagage van huis naar klas en andersom dan gehoopt voor. 


Dat alles hoop ik te kunnen delen met jullie. Zo anoniem mogelijk, dat spreekt voor zich...